Geringe belangstelling voor de vermeende bandbreedte impasse

De afgelopen periode zijn er in enkele Europese landen publicaties verschenen over de staat van de breedband infrastructuur. Op de Britse eilanden, in Nederland en Duitsland was er bij de pers gering belangstelling voor de rapportages. Alleen dat is al een opmerkelijk signaal. Zo belangrijk wordt breedband niet meer gevonden

De staat van de infrastructuur in de drie landen loopt sterk uiteen. De Britten claimen al jaren tot de top van Europa te behoren. Het lijkt erop dat de nationale en lokale initiatieven ook de nodige impact hebben. In veel gebieden is volgens de aanbieders echte breedband leverbaar. De realiteit is echter minder positief. Het is overduidelijk British Telecom dat van alle fondsen het meest heeft geprofiteerd, maar de daadwerkelijk adoptie van FttH of FttC gering is. Het verschil tussen de claim te kunnen leveren en werkende aansluitingen is enorm. Volgens de toezichthouder is in 4% van de huishoudens minder dan 10 Mbps beschikbaar. Die situatie is niet exclusief buiten de steden. ook in de binnensteden komen snelheden onder ADSL 2+ (!) te vaak voor. Per wetswijziging wil London 10 Mbps nu verplicht stellen.

We zien iets vergelijkbaars in Nederland, als het gaat om de claim wat leverbaar is en wat daadwerkelijk wordt opgeleverd. Er is echter een groot verschil. In de verstedelijkte gebieden waar amper FttH wordt gerealiseerd is er in de vorm van kabelinternet een technisch volwassen alternatief voorhanden. Gevolg daarvan is dat in de binnensteden het aandeel van de koper- en echte glasvezelaanbieders al jaren onder druk staat. In Duitsland tenslotte wil het nog niet opschieten. Zelfs nu ISDN per volgend jaar uitgefaseerd zal worden is er geen alternatief in tal van landelijk gebieden. De opmars van kabelinternet, vooral met de hogere snelheden, gaat traag, niet in het laatste geval omdat de infrastructuur achter de voordeur vaak een zaak van de verhuurder is en die daarmee de keuzevrijheid inperkt.

De drie publicaties beschrijven bovenstaande en trekken daarmee aan de bel. In dit tempo zullen de drie landen niet gaan voldoen aan de wens van de EU regeringsleiders, meermaals uitgesproken, om van de EU een topspeler te maken als het gaat om bandbreedte achter de voordeur.

Uitblijven van vraag en aanbod

Hoewel dat niet de doelstelling van de publicaties is roept het wel de vraag op waarom die doelstellingen (voor het eerst geformuleerd in Lissabon in 2000) zo ver afstaan van de werkelijkheid. Dat de pers zich daar niet in verdiept en er zelfs geen woord aan wijdt is een niet te negeren signaal. Er zijn inmiddels genoeg indicaties dat we hier de impact zien van tegenvallende vraag en aanbod. De doorsnee consument is niet bereid de hoofdprijs te betalen voor snelheden die in de buurt van de EU wensen komen. Aanbieders kunnen bij het uitblijven van die vraag onmogelijk de investeringen maken die nodig zijn om achter elke voordeur 50Mbit/s of hoger te kunnen leveren.

Impasse?

Zowel marketingacties vanuit de aanbieders als awareness campagnes vanuit Brussel of de hoofdsteden van de lidstaten kunnen hier geen verandering teweegbrengen. Om uit deze impasse te geraken is iets heel anders nodig. Maar dat veronderstelt op de eerste plek dat vragers een aanbieders accepteren dat hier sprake is van een impasse. Exact daar wringt de schoen. Dat inzicht wordt namelijk door een groot deel van de partijen niet gezien. Er zijn geen killer applicaties of diensten die de theoretische snelheden van NGN nodig hebben. Het enige marktsegment dat op dit moment deels ondubbelzinnig baat heeft bij hogere bandbreedtes is het het bedrijfsleven. Maar ook in die zeer uiteenlopende sector (van SoHo tot multinational) is de bereidheid de hoofdprijs te betalen te gering. Aanbieders kunnen dus ook niet langs die as komen tot een sluitende businesscase voor landelijke dekking met NGN.

Share: