FTTH ranking in context

De FTTH conferentie die op 19 en 20 februari in Stockholm werd gehouden heeft zoals te verwachten viel voor de nodige ophef in de pers gezorgd. Een aantal grote Europese landen loopt volgens de persmededelingen (PDF) zwaar achter op het gebied van FTTx uitrol. Maar wat zegt dat?

Eigenlijk gaat het hierbij om twee constateringen: de eerste is dat de uitrol van FTTx niet overal even snel gaat en ten tweede dat er dus ook iets aan de vraagzijde aan de hand is. Om met het eerste punt te beginnen: het is voor de Britse en Duitse overheid geen goed nieuws. Beide landen staan echt onderaan de Europese ladder wat betreft uitrol van glasvezel, FTTH en FTTP/B zijn er exotische toegangstechnieken. Opmerkelijk daarbij is dat het VK geen (semi-) monopolist zegt te kennen, terwijl in Duitsland D-Telekom die positie wel heeft en ook nog eens de staat als grootaandeelhouder heeft. Het vaak gehoorde argument dat er een link is tussen innovatiebereidheid en (deels) staatseigendom is hier in ieder geval niet op zijn plaats.

Het tweede punt, de vraagzijde, lijkt daardoor interessanter. Zou in zowel het VK als Duitsland de vraag naar FTTx gewoon te gering zijn om een commercieel verantwoorde snellere uitrol mogelijk te maken? Het antwoord op die vraag is lastig te krijgen, temeer daar het aantal en soort aanbieders in de landen sterkt verschilt. Wat in ieder geval opvalt is dat in het VK de kabelaars een aardige bandbreedte voorsprong lijken te hebben op de overige infra. Dat is iets dat ook in Nederland geconstateerd kan worden. De situatie in Duitsland, waar lokale glasvezelaanbieders in de eigen footprint een veel hoger marktaandeel hebben dat D-Telekom of de grote kabelaars voor de hoogste snelheden, is niet vergelijkbaar met iets in Nederland.

De bevindingen van de FTTH council zijn daarmee in de enige juiste context geplaatst. Alleen kijken naar cijfers en aantallen, maar niet stilstaan bij de lokale marktomstandigheden, levert data op die amper geschikt is voor een internationale vergelijking en ook ongeschikt is voor het uitwerken van een businesscase. Echt goed onderzoek naar de uitrol van FTTx begint natuurlijk bij het serieus in kaart brengen van de vraagzijde en die is, ook in Nederland, al behoorlijk complex.