Dreigende wolken boven weidewinkels

Toen vorig jaar IKEA bekend maakte te starten met ophaalpunten en kleine winkels in de binnensteden werd dat deels afgedaan als een marketingstunt. Nu vorige week de Franse supermarktketen Carrefour een omvangrijke sanering bekendmaakte wordt duidelijk dat het concept weidewinkels onder druk staat.

IKEA levert alles voor de woning. Carrefour levert vooral voeding en vanuit de hypermarches ook kleding en wit- en bruingoed. In beide gevallen zijn dat winkel buiten de steden, veelal nabij of op industrieterreinen of speciaal daarvoor aangewezen plekken met maximale bereikbaarheid voor de automobilist. In Nederland is in de jaren 70 van de vorige eeuw de term weidewinkel geïntroduceerd om aan te geven wat de winkelier en de bezoeker daarbij mogen verwachten.

Melding met grote impact

IKEA gaf eind 2017 aan in Nederland en een aantal andere landen te gaan experimenteren met levering vanuit winkels in de steden. Belangrijkste reden daarvoor is de verminderde mobiliteit van de klanten (lees: minder automobilisten) waardoor de omzet van menig filiaal onder druk komt te staan. Dat het idee van een dagje IKEA inmiddels ook minder uitdagend klinkt is een mogelijke andere reden, maar daar sprak de geel-blauwe keten niet over. De impact van de melding lijkt voor velen onbekend. Evenmin is het opgevat als een impliciete waarschuwing of signaal dat er iets aan het veranderen is.

Dat er iets aan het veranderen is weten ze inmiddels in Frankrijk en vooral in België sinds vorige week. Carrefour, de mondiale speler die een factor drie groter is dan Ahold, heeft een keiharde sanering aangekondigd. Het nieuws dat een op de vier banen in de Franse concerncentrale komt te vervallen heeft al tot enige ophef gezorgd. De echte klap is echter op 25 januaie in België uitgedeeld. Carrefour België, wat het gevolg is van de overname van het GB concern, heeft bekend gemaakt dat ruim 1.200 banen (10% van alle tewerkstellingen) komen te vervallen en twee hypermarches worden gesloten. Het heeft inzage in de boeken gegeven, waardoor de pers en iedereen kan zien hoe slecht het concern  tussen Hazeldonk en Lille draait.

Verliesgevende hypermarches

Twee weidewinkels (de hypermarches in Genk en Angleur) sluiten gebeurt omdat die volgens de directie, ondanks alle inspanningen niet rendabel te krijgen zijn. De kosten zijn te hoog en de omzet per filiaal is te laag. Hoe dat komt wordt niet luid uitgesproken, maar wie de vestigingen kent weet dat ze in gebieden staan waar het met de koopkracht en mobiliteit van de bevolking minder goed is gesteld dan in andere regio’s. Het verhaal is echter nog somberder. De cijfers tonen aan dat 19 van de 45 weidewinkels van het concern rode cijfers schrijven. De pers noemt daarvoor als reden “[…] vooral de non-food is er in vrije val. Vorig jaar daalde de omzet met 6%, sinds 2010 is doe met een vijfde gedaald” (link).

De verliezers

Dat ook de kleinere filialen, die wel meer in de steden en dorpen staan slecht draaien is een extra complicerende factor (de kleinste Carrefours (Express) zijn in 25% van de gevallen bleeders en 20% van de meer reguliere Markets weet niet uit de verliezen te komen). Het is ook een punt dat leidt voor afleiding. De boodschap is namelijk dat het concept weidewinkel annex hypermarche zwaar onder druk staat. Als non-food steeds minder gevraagd is, is het grote aantal vierkante meters niet meer te rechtvaardigen. Kleinere winkels buiten de stad in de weide wordt niet gezien als een logisch alternatief. Dus IKEA en Carrefour trekken weer de steden in. Verliezers van deze ontwikkeling zijn de lokale werknemers die de banen zien verliezen en de gemeentes buiten de steden die aan de vestigingen verdienden.

Startschot

Dat Nederland betrekkelijk weinig weidewinkels heeft in vergelijking met België maakt dat onderwerp hier amper de pers haalt. Desalniettemin is het signaal dat IKEA heeft afgegeven meer dan ooit te beschouwen als een startschot voor een verandering waarvan de impact groter zal zijn dan we ons nu kunnen voorstellen.

Share: