Breedband uitrol in Duitsland – geld is niet de oplossing

Tijdens de Duitse coalitie onderhandelingen is breedband internet een van de thema’s geweest waar de partijen over spraken. Het onderwerp is breed uitgemeten in de pers een vestigt daarmee de aandacht op de enorme problemen waarmee de breedband uitrol te maken heeft.

Relevant

Het is eenvoudig de Duitse breedband problematiek als een nationaal verschijnsel af te doen, waar Nederland niets mee te maken heeft. Dat is op het eerste gezicht inderdaad het geval. Wie echter dieper de materie induikt komt situaties en problemen tegen die ook in Nederland kunnen ontstaan. De rol van de politiek is daarbij eveneens herkenbaar. Daarom is het onderwerp relevant voor iedereen in Nederland die zich met breedband bezighoudt.

Problematiek

De problemen in Duitsland kunnen onmogelijk worden geduid zonder te noemen dat Deutsche Telekom nog steeds deels in handen is van de overheid. Dat maakt elke regulering van de infrastructuur (om maar een voorbeeld te noemen) tot een zaak waar de politiek zich actief mee bemoeit. Die eigendomsverhoudingen zorgen er ook voor dat de toekenning van lokale, regionale of nationale middelen per definitie voor ophef zorgt. De concurrenten stappen met groot gemak naar de toezichthouder en rechter om elke beslissing waarbij Deutsche Telekom naar voren komt als kanshebber te laten toetsen. Het gevolg daarvan is in ieder geval een enorme vertraging in de daadwerkelijk uitrol van breedband. De doelstellingen om per 2025 overal 1 Gigabit verbindingen te kunnen leveren, zoals tijdens de coalitie onderhandelingen vastgelegd, zijn alleen al daardoor niet realiseerbaar. Sterker nog, de eerdere doelstellingen van de huidige regering voor 2018 tot een landelijke 50Mb/s te komen zijn evenmin gerealiseerd.

Bij een terugblik op de eerdere doelstellingen heeft de Duitse pers een aantal punten benoemd die de uitrol in de weg hebben gestaan en dat nog steeds doen:

  • Gelet op de omvang van de projecten is bijna overal een verplichte aanbesteding nodig. Dat vergt tijd. Zoveel tijd zelfs dat de beoogde gebruikers een levertermijn in het vooruitzicht is gesteld die voor weinig enthousiasme zorgt.
  • De concurrentie in stedelijke gebieden de kabelaanbieders en/of regionale Stadtwerke, die ook in kleinere gemeenten actief zijn spint daar garen bij (voorbeeld 1 en voorbeeld 2). Die zijn eerder in staat de bestaande infrastructuur te upgraden. Zij hoeven ook geen langlopende aanbestedingstrajecten door te lopen.
  • Wat ook zeer belangrijk is: de kabelaanbieders en Stadtwerke hebben door de gebruikte techniek minder vaak gemeentelijke vergunningen nodig hebben (de bestaande hoeveelheid en capaciteit van wijkkasten is bijvoorbeeld voldoende, de straten hoeven minder vaak te worden opengebroken of versperd). Doordat die tijdrovende aanvraag wegvalt kunnen ze sneller aan de slag.
Vraag en aanbod

Door bovenstaande is er in veel gebieden weinig concurrentie. De eerdere overheidstoezegging van 50 Mb/s voor elk huishouden kan in minder dan 50% van de huizen worden geleverd. Weinig concurrentie zorgt voor hogere prijzen en daarvan is de impact ook duidelijk. De bereidheid hogere snelheden af te nemen is in Duitsland zeer gering en daarmee komt de toch al moeizame uitrol van FttH nog meer onder druk.

Pogingen van de regering met subsidiegelden de impasse te doorbreken hebben niet geleid tot meer vraag of beter aanbod. Hoewel goed bedoeld leidt het tot nog meer papierwerk en dat schrikt beoogde gebruikers alleen maar af. Gevolg is dat de overheid gelden beschikbaar heeft gesteld waar geen vraag naar is. Op minder dan 3% (!) van de ruim 681 miljoen Euro in het breedbandfonds is in 2017 een beroep gedaan.

Dat laatste leidt tot de conclusie dat hoewel het aantrekkelijk lijkt overheidsgelden in te zetten om de uitrol van FttH te versnellen, dit niet het ei van Columbus is.

Share: